John Moran and his neighbour Saori in Thailand!
De eerste voorstelling die ik heb gezien op het Amsterdam Fringe Festival 2010 was meteen een van de meest opmerkelijke voorstellingen die ik de laatste tijd heb gezien. En meteen loop ik vast met beschrijven, want ‘gezien’ is niet het goede woord – ‘ervaren’ is beter, maar zelfs dat dekt de lading niet. De voorstelling begint heel informeel als componist John Moran zichzelf en zijn Japanse buurvrouw Saori aan het publiek voorstelt. Hij kondigt aan dat ze gaan vertellen wat ze hebben meegemaakt sinds de laatste keer dat ze in Amsterdam waren. John Moran lijkt onrustig en onzeker en springt in zijn verhaal van de hak op de tak. Zijn buurvrouw Saori, een klassiek geschoolde danser, is een oase van rust, die door niets van haar stuk te brengen is. Die tegenstelling tussen de twee personen loopt door de hele voorstelling heen.
Al snel wordt duidelijk dat hier meer gebeurt dan een warrige componist die een reisverhaal vertelt. De voorstelling is objectief gezien een collage van geluid, muziek, tekst, beweging en beelden, maar met een uitgesproken muzikale gewaarwording. Alles in de voorstelling is muziek, op 72 beats per minute. Natuurlijk muziekinstrumenten, melodie, harmonie en ritme, maar ook tekst, spel, dans en geluid. Alle componenten van de voorstelling zijn verpakt in muzikale vormen. Je ziet en hoort in alle kunstvormen patronen die veranderen, herhaald worden, die elkaar ondersteunen, aanvullen en contrast geven. Deze voorstelling vertelt een verhaal in meerdere dimensies tegelijk. De grote verdienste van deze voorstelling is dat ondanks de grote variatie in wat er in al die dimensies gebeurt, de voorstelling één geheel blijft. Alles past naadloos in elkaar. Dit is totaaltheater. Of nee, totaalkunst. En misschien wel belangrijker, een voorstelling waarvan je op veel verschillende manieren kunt genieten.
Ik realiseer me dat mijn beschrijving lijkt te rammelen. Maar ik vind het nog vervelender dat ik het gevoel niet kwijtraak dat het me niet lukt deze voorstelling in woorden te vatten. Na afloop sprak ik kort met beide artiesten en legde hun mijn probleem voor. Vooral John Moran leek erg blij te zijn met mijn problemen de voorstelling in woorden te vangen. Dat betekent immers dat de voorstelling iets wezenlijks toevoegt. Toch was hij niet helemaal tevreden, en gaf als excuus dat ze maar twee weken aan deze voorstelling hadden kunnen werken. Wat me nog het meest verbaasde in het gesprek was zijn bekentenis dat juist de ‘normale’ muziekpassages de meeste tijd hadden gekost. Buurvrouw Saori hield zich in het gesprek op de achtergrond, maar Moran maakte wel duidelijk dat zij een heel belangrijke rol speelt in het eindresultaat.
Eigenlijk moet je over deze voorstelling niet schrijven, maar er gewoon naar toe gaan en over je heen laten komen. De voorstelling is alleen nog op 4 en 5 september te zien in De Melkweg in Amsterdam. Laat deze kans niet schieten – als er één Fringe voorstelling is waar je absoluut heen moet gaan is het deze wel.
Gezien op 2 september 2010 in Amsterdam (Melkweg)



