Noh met vuurkorven
In het weekend van 11 juni stond in het Amsterdamse Muziekgebouw aan het IJ de theatervorm ‘Noh’ op het programma. Deze Japanse vorm van muziektheater had zijn hoogtepunt in de 14e eeuw maar is nog veel ouder. Het is een sterk rituele vorm van theater. Voor alle aspecten zijn er regels. Het speelvlak is bijvoorbeeld in negen vierkanten opgedeeld, die ieder een eigen betekenis en functie binnen de voorstelling hebben. Maar ook de bewegingen van de acteurs, de kostuums, maskers, koor, muziek (twee of drie trommels en een fluit) zijn tot in het allergrootste detail beregeld. Dat maakt van een Noh voorstelling meer een rituele ceremonie, dan dat wat wij ons bij theater voorstellen. En bij Noh worden alle rollen gespeeld door mannen. Deze sterk door tradities bepaalde kunstvorm wordt in Japan vooral gespeeld door Noh families. In het Muziektheater werden de hoofdrollen gespeeld door Umewaka Rukuro Gensho, het 56e hoofd van een beroemde Noh familie.
De voorstellingen in het Muziekgebouw bestond uit twee delen: eerst een korte kyogen (klucht) en na de pauze pas de echte Noh. Zoals gebruikelijk bij buitenlandse voorstellingen was er ook boventiteling, die jammer genoeg geen woordelijke vertaling gaf, maar meer samenvattingen van de scenes. Dat maakt het volgen van zo’n voorstellen toch extra moeilijk.
Bij de Kyogen Boushibari, een klassieke Japanse komedie waren de drie acteurs niet gemaskerd en er was ook geen muzikale begeleiding. Hoewel de tekst voor de meeste mensen niet te verstaan was, waren de komische situaties wel herkenbaar. Het eenvoudige verhaal over een meester met twee slimme knechten was dan ook goed te volgen. Wat opvalt is het ontbreken van snelle dialogen zoals in onze kluchten. Het lijkt meer op een aaneenschakeling van monologen, met voor een klucht enorme lappen tekst. De tekst lijkt meer gereciteerd dan gesproken, met herkenbare herhalingen van ritme en zinsmelodie. Het spel maakt met zijn beperkte set houdingen en gebaren de indruk van poppenspel. Toch maakte de Kyogen in veel opzichten een veel lossere indruk dan de Noh die we later zouden zien.
De Noh Yume no Ukihashi vertelde het verhaal van een priester die zijn gelofte gebroken had en daarvoor zwaar moest boeten. Aan het einde van het stuk vindt hij verlossing. Een heel ander verhaal dan dat van de Kyogen dat zich ook in heel andere kringen afspeelt. Ook hier maar drie acteurs. De kostuums zijn groot, zichtbaar zwaar en ware kunstwerken. Om ervoor te zorgen dat de kostuums geen ongewenste plooien tonen, moeten de acteurs hun rug gedurende de hele voorstelling kaarsrecht houden. Opvallend zijn echter vooral de maskers, die het hele gezicht van de acteur bedekken. Het zijn de maskers die de rollen in meer dan een opzicht een gezicht geven. De bewegingen zijn traag en systematisch: iedere voetstap ziet er hetzelfde uit. De begeleiding bestaat uit twee trommels en een fluit. De muzikanten die de trommels bespelen maken ook geluiden om de dramatiek van het spel te ondersteunen. Dat klinkt heel vreemd in westerse oren. Daarnaast is er nog een koor van 6 acteurs die (naar ik me heb laten vertellen) de handeling bespreken en toelichten en doet daarmee nog een beetje denken aan het koor uit onze klassieken. Hun gezang doet een beetje denken aan gregoriaans gezang.
Zoals ik al schreef waren de stukken door het ontbreken van synchroonvertaling moeilijk echt te volgen. Maar ook zonder tekst is goed te zien dat het hier om een manier van theatermaken gaat die ver af staat van de onze. Hoe boeiend ik het ook vond deze voorstelling bij te wonen, ik had er moeite mee mijn hoofd erbij te houden. Ik ging naar huis met de vraag in mijn hoofd of dat alleen een kwestie van wennen zou zijn, of dat het komt omdat de cultuur waaruit Noh voortkomt te ver van me af staat.


